Bij een bodemonderzoek denk je misschien aan één test die “de grond” beoordeelt. In de praktijk is het gerichter.

Een laboratorium onderzoekt de bodem en het grondwater op een specifieke set stoffen. Welke stoffen dat zijn, hangt af van de geschiedenis van de locatie en van wat je met het terrein wilt.

In dit artikel lees je welke stoffen een bodemonderzoek standaard opspoort, waarom PFAS, zware metalen en asbest vaak apart aandacht krijgen, en hoe bepaald wordt welke analyses in jouw situatie nodig zijn.

Wat onderzoekt een bodemonderzoek precies?

Een verkennend bodemonderzoek volgens de norm NEN 5740 werkt met een vast standaardpakket aan stoffen.

Dat pakket is gekozen omdat deze stoffen veel voorkomen bij bodemverontreiniging en samen een goed beeld geven van de milieuhygiënische kwaliteit van de grond.

Op verdachte locaties worden daar extra, gerichte analyses aan toegevoegd.

Het standaardpakket volgens NEN 5740

In het standaardpakket worden grond- en grondwatermonsters onder meer onderzocht op:

  • zware metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink;
  • PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen), meestal als som van tien stoffen;
  • minerale olie (afkomstig van brandstoffen en smeermiddelen);
  • PCB’s (polychloorbifenylen);
  • in het grondwater aanvullend vluchtige aromaten zoals benzeen, tolueen, ethylbenzeen en xyleen (BTEX).

Daarnaast worden altijd het organischestofgehalte en het lutumgehalte van de grond bepaald.

Die twee waarden zijn nodig om de gemeten concentraties correct te kunnen toetsen aan de landelijke normen.

Zware metalen in de bodem

Zware metalen komen zowel van nature als door menselijk handelen in de bodem voor.

Verhoogde gehalten hangen vaak samen met oude industrie, wegen, ophooglagen met puin of sintels, en voormalige stortplaatsen.

Lood is bijvoorbeeld een veelvoorkomende verontreiniging in oudere stadskernen en langs drukke wegen. Ook zink is een bekende metaalverontreiniging.

Omdat zware metalen niet afbreken, blijven ze lang in de bodem aanwezig. Meer over de gevolgen lees je op onze pagina over bodemverontreiniging.

PFAS: de “forever chemicals”

PFAS is een verzamelnaam voor duizenden door de mens gemaakte stoffen die water-, vet- en vuilafstotend werken.

Ze breken nauwelijks af en zijn inmiddels vrijwel overal in lage concentraties in de bodem aanwezig.

Voor het toepassen en afvoeren van grond gelden landelijke normen uit het handelingskader voor PFAS.

In de praktijk wordt PFAS daarom vaak apart geanalyseerd, zeker bij grondverzet, hergebruik van grond of ontwikkeling van een terrein. Wil je grond laten keuren voor hergebruik, kijk dan bij AP04-onderzoek.

Asbest in de bodem

Asbest is een aparte categorie met een eigen onderzoeksnorm (NEN 5707).

Asbest zit niet in het standaard chemische pakket, omdat het op een andere manier wordt bemonsterd en beoordeeld.

Een onderzoek naar asbest in de grond is vooral aan de orde bij zogenoemde verdachte locaties, bijvoorbeeld:

  • bebouwing of sloopwerk van vóór 1994, toen asbest nog werd toegepast;
  • grond die zichtbaar puin of bouw- en sloopafval bevat;
  • erven met (voormalige) asbestdaken, waar verweerde vezels in de bodem terecht kunnen zijn gekomen.

Op zulke locaties wordt vaak eerst visueel op het maaiveld en in proefgaten gekeken, waarna verdachte monsters in het laboratorium worden geanalyseerd.

Wordt asbest aangetroffen, dan volgt vaak een bodemsanering van asbest.

Andere stoffen die soms worden onderzocht

Afhankelijk van het vooronderzoek kunnen extra analyses nodig zijn, bijvoorbeeld:

  • organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) op voormalige agrarische percelen, boomgaarden en glastuinbouwlocaties;
  • vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCl) bij voormalige chemische wasserijen of metaalbewerking;
  • minerale olie en BTEX rond (voormalige) olietanks en tankstations;
  • cyanide en andere specifieke stoffen bij bekende bedrijfsactiviteiten uit het verleden.

Welke stoffen in jouw geval? Het vooronderzoek bepaalt het

Welke stoffen worden onderzocht, volgt uit het historisch vooronderzoek (NEN 5725).

Daarin worden het huidige en vroegere gebruik van de locatie, mogelijke verontreinigingsbronnen en eerdere onderzoeken in kaart gebracht.

Op basis daarvan wordt de locatie beoordeeld als “onverdacht” of “verdacht” voor bepaalde stoffen, en wordt het analysepakket samengesteld.

Zo voorkom je dat er onnodig wordt geanalyseerd, én dat een relevante stof over het hoofd wordt gezien.

Wil je een onderzoek laten uitvoeren? Bekijk hoe je een bodemonderzoek laat uitvoeren en wat de kosten van een bodemonderzoek zijn.

Veelgestelde vragen

Zit PFAS standaard in een bodemonderzoek?

Niet automatisch. PFAS zit niet in het klassieke NEN 5740-standaardpakket, maar wordt in veel gevallen apart toegevoegd, vooral wanneer grond wordt afgevoerd, hergebruikt of het terrein wordt ontwikkeld. Het bevoegd gezag en de toepassingssituatie bepalen of PFAS nodig is.

Wordt asbest bij elk bodemonderzoek onderzocht?

Nee. Asbest wordt onderzocht via een aparte norm (NEN 5707) en alleen wanneer de locatie verdacht is, bijvoorbeeld bij puinhoudende grond of bebouwing van vóór 1994. Een standaard chemisch bodemonderzoek toont asbest niet aan.

Welke zware metalen worden gemeten?

In het standaardpakket zijn dat meestal barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink. Deze combinatie geeft een goed beeld van veelvoorkomende metaalverontreiniging.

Hoe weet ik welke stoffen voor mijn locatie relevant zijn?

Dat volgt uit het historisch vooronderzoek. Op basis van het (voormalige) gebruik van de locatie wordt bepaald welke stoffen verdacht zijn en dus onderzocht moeten worden. Je kunt ook gericht je grond laten testen op vervuiling.

Kan één bodemonderzoek alle stoffen tegelijk aantonen?

In principe kan een laboratorium veel stoffen in dezelfde monsters analyseren, maar elke analyse kost tijd en geld. Daarom wordt gericht gekozen: het standaardpakket voor een algemeen beeld, aangevuld met specifieke stoffen zoals PFAS of asbest waar de locatie daar aanleiding toe geeft.

Enviterra